Erika Claessens
Erika
Erika Claessens ofte Eer,
moeder, soulmate, vrouw, echtgenote, (tweeling)zus, regelneef, copywriter, vriendin, collega, theelepeltje, zagemens, schouderklopje, schrijfster, journaliste, gastvrouw, pechvogel, bezige bij, muggeneuker, kommazifter, diva, gentil organisateur, gedichter, afrikalover, dooie mus of zoals het zo mooi op de achterflap van het boek werd gehonoreerd: (of lees onderaan)
“Als freelance journaliste en redactrice schreef zij de voorbije twintig jaar artikels, reisverhalen en reportages voor o.a. de krant De Morgen, voor radio (radio Multipop) en televisie (TV Brussel en VRT). Daarnaast verschenen haar columns en reviews in lifestyle-magazines en in webmagazines als www.divazine.be en het ter ziele gegane cafébelge. Haar publicaties zijn steeds maatschappelijk georiënteerd en hebben overwegend actuele thema’s zoals allochtonen, Noord- en West-Afrika, vrouwen en gender.”
Posted in boek |

February 3rd, 2007 at 6:41 pm
HALLO ERIKA,
VANDAAG HEBBEN WIJ ELKAAR HERONTMOET IN DE ‘GODDESS’WINKEL..
IK BEN GELIJK EVEN NAAR JE SITE GAAN KIJKEN,
BIJ DEZE WIL IK OOK MIJN INNIGE DEELNEMING BRENGEN VOOR HET VERLIES VAN JE VADER.
ZIE ZO, NU HEB JE ALVAST MIJN MAIL ADRES,
HOU ME OP DE HOOGTE, IK ZAL HETZELFDE DOEN,EN WIE WEET DOEN WE WEL IETS SAMEN!
TOT HORENS,OF ZIENS, KATJA
February 26th, 2007 at 9:10 pm
Zoals wij ze kennen…
(Hm. Beetje te bescheiden, hé. Want…)
een echte moeder, voor drie…
jonger dan jong,…
en guitig, zoals ik ze mag kennen…
Bo
April 19th, 2007 at 1:05 pm
Hay Erika ..
wat een mooi leven heb jij … wist ik allemaal niet ….
nog veel plezier in je leven na Alcatel
May 8th, 2007 at 10:36 am
Iedereen wil wel eens wat schrijven. Een levensverhaal een herinnering, een gedicht, een gebed of gewoon een briefje aan zichzelf of een ander…
Mijn moeder heeft me zo’n 50 dagboeken nagelaten, met teksten, foto’s, gebedjes, gedichtjes, herinneringen enz.
Men zegt toch : “Wie schrijft die blijft!” en dat ze gebleven is dat kan ik je wel zeggen want wij denken nog iedere dag aan haar, zowel de goede als de slechte momenten.
Voor mij is schrijven gelijk aan blijven !!!!
June 8th, 2007 at 7:42 pm
[…] Erika Claessens, writer of ‘Wie omhoogkijkt, ziet geen grenzen’, prose; […]
August 7th, 2007 at 3:27 pm
Dag Erika
Breng me op de hoogte van je nieuwe projecten. Misschien kunnen we vanuit STW Antwerpen ook boeiende contacten aanbrengen m.b.t. de relatie tussen België en Afrika.
Tot binnnenkort
August 11th, 2008 at 9:37 pm
[…] How bananas can you go? Kevin ‘The Banana Man’ Allen vindt dat je daar behoorlijk ver in mag gaan, tenminste als het voor de goede zaak is. Kevin is een Engelander [no comment] die op televisie een documentaire over AIDS-wezen in Zululand, Zuid-Afrika, zag en als de wiedeweerga zijn spaarvarkentje in stukken sloeg om de zuurverdiende centjes naar de Zuluutjes te katapulteren. Ter plaatse kocht hij bij lokaaltjes [geweldige term, gestolen van Raoul De Jongh, maar daarover straks meer] emmers vol fruit om uit te delen aan de zwarte weesjes. Zo kreeg hij als de wederwiega [is een wiedeweerga met terugwerkende kracht] de bijnaam ‘Banana Man’. Nu vind ik persoonlijk dat mijnheer Banaan eerder iets weg heeft van Sam Goris dan van een bananenman, maar daar is op zich niets op tegen. Toch blijft het voor mij een verhaaltje met een happy end waar een Febreze-geurtje aan hangt: eens thuis nam hij er een tweede job bij om opnieuw geld te verzamelen om zoveel mogelijk kinderen te helpen. Vervolgens startte hij een charity project om structurele hulp ter plaatse te bieden. Is dat erg? Dat valt te bezien. Ik hoorde voor het eerst van dit Kuifje in Zululand via Bert Verdonck en zijn vrouw, Tonia Opdebeeck. Zij besloten Kevin een beetje met zijn fruitcocktail te helpen. Op 8 en 9 augustus ll. namen ze deel aan de Dodentocht om geld in te zamelen. Ze haalden zich niet alleen de finish, maar ook een heleboel blaren op de hals, maar dat stoorde het koppel geenszins. [Bert zit overigens nooit om een leuk idee verlegen, getuige hiervan Berts’ deelname aan de Verbal Jam 5.] Bert en Tonia verzamelden zomaar eventjes 4000 euro het voorbije weekend en als je weet dat Kevin slechts 0,07 € nodig heeft om een kind voor 1 dag te voeden, dan kan hij daar in de nabije toekomst al heel wat hongerige maagjes mee voeden. Om het fruit te ontvangen, is het kindje verplicht op school aanwezig te zijn, dus dat geeft twee tseetseevliegen in één klap. En een kind dat schoolloopt, leert over AIDS en loopt hopelijk minder kans op besmetting door volwassenen met AIDS. [Dat is een derde klap, een malariemug in dit geval.] Ik heb gestort voor de hele [fruit-]handel, maar ik sta altijd wat sceptisch tegenover deze initiatieven. Niet alleen heb ik thuis al enkele zwartjes te voeden [knipoog], ik vraag me altijd af of het geld goed terechtkomt en of het überhaupt terechtkomt waar het zou moeten terechtkomen, zeker als de financiële steun bij middel van de digitale snelweg gaat. Daarom hou ik zo van het werkje ‘Stinknegers‘ van Raoul De Jong. ‘Wraoul’ zoals de Amerikanen hem plegen te noemen, is een Nederlandse halfcast met mogelijks een Surinaamse vader, die op twintigjarige leeftijd naar Afrika trekt om uit te zoeken of ontwikkelingswerk naar Europees kolonialisme ruikt of eerder iets weg heeft van dweilen met de kraan open. De Jong heeft een licht neurotische maar grappige schrijfstijl, waarmee hij dagboekgewijs zijn wedervaren met de lokaaltjes in West-Afrika vertelt. Uiteraard laat hij daarbij alle politieke correctheid varen maar omdat hij zichzelf en het Westen ook niet spaart, levert dit een onbezoedelde kijk op Afrika op. Een voorproefje uit ‘Stinknegers’ in de overheerlijke en typische ‘Jip en Janneke-stijl’ van Raoul De Jong: “Want zo dacht ik ook over Afrika, voor ik er was. Als een heel armoedig, doch o zo zuiver, afgesloten continent. En zo is het niet. Het is noch armoedig, noch afgesloten, noch zuiver. Het zijn gewoon mensen, net als hier. Even egoïstischen materialistisch, ze hebben alleen minder. Ze hebben alleen minder, en dat wordt dan armoede genoemd, maar het is geen armoede als je er bent, als je erin leeft. Dan is het gewoon anders, meer niet.” […]